Tel: +31 (0)72 509 4000
 

Wild water in de Franse PyreneeŽn

Wild water in de Franse PyreneeŽn

Tekst: Sonja Isken / Foto’s: Gert Grobben
 
Toen wij drie jaar geleden tijdens een van onze trektochten op een Zweedse rivier een korte stroomversnelling tegenkwamen, waren mijn dochters Ingrid en Annika om. Een stroomversnelling was volgens hen veel leuker dan het saaie water, waar Gert en ik al jaren zo van houden. Zo vertrokken wij afgelopen jaar tijdens de vakantie voor het eerst voor een week wildwater. Nadat wildwatervaren met het hele gezin op de Soca in Slovenië een groot succes was, kiezen wij ook deze zomer ervoor om een deel van onze vakantie naar het woeste water te verplaatsen. Omdat ik niet graag twee keer achter elkaar naar dezelfde plek ga, varen wij dit jaar bij Europagaai in de Franse Pyreneeën.
 
De cursus begint op zaterdagavond, maar wij arriveren al op de vrijdagmiddag. Vriendelijk begroet instructeur Willem ons, hij komt net terug van het varen met een groep die de week voor ons een cursus heeft. Omdat wij er al op tijd zijn, zorgt hij vast voor ons materiaal, zoals het passen van wetsuits, zwemvesten en helmen. Later op de avond maken we kennis met onze eigen instructeur Paul. Behalve Paul worden wij begeleid door Dirk, die naast visser ook in opleiding tot instructeur is, en Ruben, die als visser mee gaat. De twee laatste zijn nog maar 16 jaar en hun speelse manier met het wilde water om te gaan geeft een mooi evenwicht met de rust die Paul uitstraalde. Met de twee andere deelnemers in onze groep maken wij pas op zaterdag bij de briefing kennis, Sven en Lindsey uit België. In totaal bestaat onze groep op het water uit 9 personen.
 
 
 

Boten uitzoeken

Na de bijeenkomst op zaterdagavond kiezen we de boten. Omdat onze groep zo klein is, kun je ook echt van keuze spreken. Er is keuze uit zo’n 20 boten. Ingrid en ik kiezen voor een Prijon Fly. Deze boot heeft een lage achterkant en was 20 jaar geleden een van de eerste speelboten. De boot past op zich perfect bij het gewicht van Ingrid en ik verwacht in die boot leuk te kunnen spelen. Annika kiest een Mamba van Dagger, een boot waarmee je veel verschillende soorten wildwater kan varen, en Gert een Ace of Spades, deze maken wij letterlijk en figuurlijk tot ons vrachtschip. Het blijkt namelijk niet echt verstandig dat ik nog veel bagage achter mijn zitje stop – met een lege boot komt de achterkant al makkelijk onder water in de golven.
 
De vaardagen beginnen altijd op 8:30 uur met een ontbijt, waarop om 9:00 uur de briefing is. De eerste dag vertrekken wij om 9:45 uur vanaf de camping naar een startplek. Meestal zijn we tot 16:00 uur of 17:00 uur aan het varen voor we terug komen. De andere deelnemers vinden het erg grappig dat wij voor de lunch zelf thermosflessen met heet water voor soep meenemen, maar wij zijn eigenlijk toervaarders voor de lange afstanden.

 
 

Wennen aan de boot

Op de eerste dag blijven wij in de buurt van de camping. Paul wil eerst zien wat voor vlees hij in de kuip heeft met ons. Net als op de Soča een jaar gelden moeten wij als eerst oefening omslaan en laten zien dat wij met de boot naar de kant kunnen zwemmen. Annika laat een Butterfly rol zien, dit vinden de 3 begeleiders zo interessant dat ze deze ’s avonds ook gaan oefenen. We rollen met zijn allen nog wat en zodra we aan de keerwaters in en uit varen beginnen, heb ik mijn rol ook meteen nodig. Ik moet erg wennen aan het lage achterdek van de Fly en sla gelijk om bij het eerste beste keerwater. Het is goed dat deze kajak zo enorm makkelijk rolt. Na een korte tijd ben ik aan de boot gewend geraakt en blij dat ik een sportieve boot heb gekozen. Omdat de twee Belgen minder ervaring hebben, splitsten wij na de lunch de groep. Paul blijft met de twee direct bij de camping oefenen. Wij dragen de boten een kleine 50 meter over een eiland naar een tweede arm van de rivier met wat meer waterdruk, stroming en keerwaters. Dirk geeft les in waterlezen en wij varen het traject. Later lopen wij terug naar het water voor de camping en spelen een hele tijd in een kleine wals. Die daar is aangelegd. Geen 30 jaar heb ik in een dergelijke wals gespeeld, maar het gaat nog verbazingwekkend goed. Omdat het water zo heerlijk warm is, begin ik uit te proberen wat ook Dirk en Ruben laten zien, en ook waar de grens van de Fly qua omslaan zit.

 
 

Indrukwekkende natuur

Dag twee en drie varen wij verder stroomop de Gave d’Oloron en oefenen naast keerwatervaren ook veel traverseren, golflijnen varen, surfen, hangen en natuurlijk waterlezen. Het mooiste is een stuk dat niet moeilijk was, maar indrukwekkend. Door de omvouwing van de bergen zijn twee steenplaten parallel naast elkaar omhoog gekomen, zodat een natuurlijke glijgoot van circa 15 meter breed en van wel 100m lengte ontstaat. Aan het einde loopt een keerwater rond 80% van de afstand aan de andere kant langs de steenplaat terug. Ideaal om terug te varen en nog een de baan af te varen en te zwemmen. Tussen korte stroomversnellingen of trappen is de Gave d’ Oloron vrij rustig. Wij zien vissen in het heldere water onder ons zwemmen, bizarre rotsformaties, geiten, steile oevers langs klimmen en wezels langs de kant spelen. De meisjes vermaken zich met de jongens door elkaar uit te dagen te rollen, staand te varen of achterstevoren in de boot te zitten.
 
 
 
Na een rustdag op woensdag varen wij op de vierde dag het traject van dag twee en drie achter elkaar aan. Zelf vind ik dat heel prettig, omdat ik nu sommige passages net iets anders kan varen en ook golven die ik de eerste keer had gemist nu kan surfen. Vandaag voer ik in een keerwater waar ik Paul zag liggen, voor het eerst in 30 jaar heb ik een hoge steun nodig. Het keerwater is meer een keerstroom en zo krachtig, dat ik door juist in te varen zo snel draai, dat ik niet vlug genoeg ben met tegenkanten. Hier helpt een twee keer aangezette hoge steun. Ik zit dan wel in een keerwater dat zo 20-30 cm lager is dan de hoofdstroom. Paul vind het heel goed, dat ik dat kleine sterke keerwater heb gehaald en is gelukkig ook zo vriendelijk om mij te zeggen hoe ik er ooit weer uit moet komen. Het is mij meteen duidelijk, dat ik met een Fly niet over 20 cm hoogteverschil kan varen. Gelukkig zit er ook ene klein golfdal en dus ben ik nu thuis en niet meer in de keerstroom aan het ronddollen. Ik zie dat Gert een jaar geleden vooral goed heeft geluisterd naar de instructrice op de Soča; dat wildwatervaarders lui varen. Dat voert hij feilloos uit. Hij pakt de juiste vaarlijnen goed op en glijdt met zijn boot rustig door het witte water.

 
 

Heilige wateren van Lourdes

Op de laatste dag is het water zo erg gezakt dat Paul er voor ons te weinig uitdaging in zier. We gaan naar het traject op de Gave du Pau net stroomaf van Lourdes. De omgeving van deze rivier is iets anders, je zier de hoge toppen in de verte en de heuvels zijn iets hoger. We komen een rij leuke stroomversnellingen tegen, en aan het einde een kleine vaarbare waterval. Als snoepje is er nog een slalombaan WW-3

 
 
Helaas komt er zo veel te vlug weer een eind aan een leuke week wildwatervaren. Annika wil volgend jaar nog wilder water en ook Ingrif kijkt terug op een gezellige week op het water. Zelf zou ik ook zo weer op pad gaan, maar Gert is bang dat drie jaar achter elkaar op wildwater varen hem nog geen wildwater-expert maakt. En het past natuurlijk niet bij zijn imago als toervaarder.