Tel: +31 (0)72 509 4000
 

Kajakvakantie Gave díOloron (Franse Pyreneeen)

Kajakvakantie Gave díOloron (Franse Pyreneeen)

Niveau: I-II, Tekst en foto's: Peter de Gier (www.peterdegier.nl)
 
Om twee voor half drie ‘s nachts word ik wakker: twee minuten voordat mijn wekker af zal gaan. Vakantie!
Ik ga de aankomende week samen met Mikki, mijn dochter van 14, naar de Franse Pyreneeën. De exacte bestemming is Sauveterre-de-Béarn, een middeleeuws Baskisch dorpje, dat net zo leuk is als het klinkt. Om nog preciezer te zijn: we gaan wildwaterkajakken op de Gave d’Oloron. Een week lang een cursus met Europagaai. Voor Mikki zal het de eerste keer worden dat ze op echt wild water gaat varen. Zelf ben ik vaker meegeweest met Europagaai op verschillende plekken in voornamelijk Frankrijk. Eén van mijn eerste kajakervaringen was op de rivier waar wij nu heen gaan.
Ik ga Mikki wakker maken. Denk ik. In haar kamer zie ik dat haar bed onbeslapen is. Huh? Slaapdronken loop ik naar beneden. Mikki zit achter de computer. “Als we toch zo vroeg op moeten, kan ik beter wakker blijven, dacht ik”. Puberlogica. Een half uur later zitten we in de auto met 1300 kilometer voor de boeg en een kajak op het dak.
 
  
 
Rond vijf uur, een uur later dan de Tomtom voorspeld heeft, komen we aan op de kleine Camping Municipal. Snel inschrijven en de tent opzetten. De tent staat net en alles ligt erin als de campingmeneer, die later André blijkt te heten en verduiveld bedrieglijke aperitiefjes maakt, komt vertellen dat we de tent toch echt 50 centimeter op moeten schuiven, want we staan over de lijn van de plaats ernaast. Blijkt dat ik hem verkeerd begrepen heb. De Franse taal is al niet mijn sterke punt, maar al helemaal niet als het doorspekt is met een Baskisch binnensmonds gemompeld accent. Gelukkig hebben we aardige buren, die ons helpen met het verschuiven van de tent. Een kwartier later staat alles goed. Laat het bruisende kanoavontuur nu maar beginnen! Twee deelnemers aan de cursus zijn er al: Martijn en Peter. De instructeurs Martina en Eliza en de vissers Jaivi, Erik en Inze zijn aan het voorvaren: controleren hoe de waterstand is. Niet veel later komen ze bij de camping aan. We stellen ons aan elkaar voor. Het is altijd weer spannend om te weten wie er nog meer mee gaan varen. In zo’n week ben je toch min of meer aan elkaar overgeleverd. En niet onbelangrijk, ook aan elkaars kookkunsten, want over het algemeen wordt er gezamenlijk gekookt. Voor mij is het inmiddels een kleine tien jaar geleden dat ik een week met Europagaai mee geweest ben. Ik heb in de tussentijd nauwelijks op wildwater gevaren. Ik heb er zin in! Nu eerst even een hapje gaan eten in het dorp. Pizza.

  
 
De volgende dag schrijft het programma voor dat we om 16.00 uur verzamelen: kennismaken, hapje, drankje, praatje. Om drie uur zijn er nog steeds geen nieuwe gezichten. Er zouden er toch elf moeten zijn? Half vier: nog niemand. iets voor vier uur: ik zie iemand aan komen lopen. Ik denk “hé, is dat Henk?!” Het is Henk! Stom toevallig heeft Henk met zijn twee kinderen, Yannick en Fabrice en een vriend van Yannick, Daan, geboekt voor dezelfde cursusweek. Nog een groter toeval: we kennen elkaar van het kajakken van dezelfde cursus twintig jaar geleden op deze plek! Een kleine negen jaar geleden hebben we elkaar uit het oog verloren toen we beiden in dezelfde periode gingen scheiden. Enthousiast schudden we elkaars hand. “Ook leuk voor Mikki “, zeg ik. Zij kent Yannick en Fabrice vanzelfsprekend ook. Toch fijn als er andere kinderen zijn.
Ik loop alvast naar de groepstent, terwijl Henk zich bezig gaat houden met het opzetten van zijn tent. Even later komen ook de anderen aangelopen: Wim, Marleen. Carmen en Annet (die niet mee zal varen, maar wel op de ander momenten aansluit bij de groep). Eliza en Martina leggen de gang van zaken tijdens de week uit: de mogelijkheid om gezamenlijk te koken (“hooguit één maal pasta” zegt Inze), vertrektijden etcetera. Iedereen stelt zich voor en vertelt wat zijn of haar kajakervaring is. Opvallend: een aantal deelnemers hebben hun eerste ervaring op de Soča in Slovenië opgedaan. Niet de makkelijkste rivier om te beginnen. Op basis van wensen en ervaring worden de volgende dag de groepen ingedeeld. De vijf begeleiders koken deze avond. Hiermee is gelijk de standaard gezet voor wat betreft de kwaliteit van de maaltijden. Met minder durven we de komende week niet meer aan te komen, dus dat beloofd naast kajakken ook een week met goed eten te worden.

 
 
De volgende dag, na een ontbijt met verse fruitsalade, vertrekken we richting de plek waar we inschepen. We varen een traject van 7 kilometer die ons uiteindelijk weer op de camping brengt. Had ik eigenlijk al verteld dat de Gave d’Oloron langs de camping stroomt? Nee? De rivier stroomt dus langs de camping en ik heb zondag al even in het kleine golfje voor de camping gespeeld. De groepen zijn zodanig ingedeeld dat Henk met zijn kinderen plus Daan en Mikki en ik in één en dezelfde groep zitten. Martina is onze instructrice. Erik en Jaivi zijn de vissers. Een visser is niet iemand die iedere dag voor verse vis bij het avondeten zorgt (alhoewel er wonderlijk genoeg steeds tonijn tevoorschijn komt tijdens de lunch), maar die omgeslagenen redt en voorkomt dat ze de hele rivier afzwemmen. Bij de instapplaats legt Martina de eerste beginselen van het wildwaterkajakken uit. De stroming is hier niet zo sterk en er is een mooi keerwatertje om te oefenen. Henk en ik gaan een beetje onze eigen gang, omdat we geacht worden de eerste beginselen al onder de knie te hebben. Het water is helder, het weer is heerlijk. Er valt niet zoveel meer te wensen. Na het oefenen op deze plek wordt het tijd om een stukje de rivier af te zakken en de eerste passages (zo heten stroomversnellingen in het kajakjargon) te bedwingen. De eerste golven komen in zicht. Iedereen blijft zitten, geen zwemmers. Het zwemmen (wat vriendelijker klinkt dan “omslaan” en uit je boot gaan, maar dat is wel wat er bedoeld wordt) gebeurt vooral bij het spelen en het oefenen in de stroming. Daan en Fabrice hebben beiden een Prijon Fly. Dat is een boot met een platte achterkant. Deze wordt makkelijk gegrepen door de stroming. Dat vertaalt zich dan ook in een flink aantal ongewilde zwempartijen. Dat is een nadeel van het leren varen in een dergelijk boot.

  
 
Het voordeel is dat je gelijk wel zeer goed leert opkanten (jargon voor het schuinhouden van je boot door een knie op te trekken), want elke fout wordt genadeloos afgestraft! Het valt mij op hoe snel de kinderen de eerste beginselen en het kajakgevoel onder de knie weten te krijgen. Ik meen mij te herinneren dat ik daar veel langer over gedaan heb. Onderweg oefenen we nog geregeld: keerwater in, keerwater uit (jargon voor een stroming in de rivier die de andere kant opgaat dan de hoofdstroming bijvoorbeeld achter een steen of een bocht). Het laatste stuk tot aan de camping is nog even flink doorbijten, want er zijn wat vlakke stukken met weinig stroming, terwijl iedereen al flink moe is. Als we aankomen bij de camping stappen de meesten uit. Ik besluit nog even in het golfje te gaan surfen. De andere groep komt ondertussen ook aan bij de camping. Moe stap ik uit. Mikki is al bij de tent en heeft zich omgekleed. Ik volg haar voorbeeld. Blij dat we geen kookbeurt hebben vanavond……
 
De volgende dag herhaalt het ritueel zich. Het stuk dat we vandaag varen is iets wilder en heeft minder vlakke stukken. Als we een stukje gevaren hebben zien we aan de kant een aantal marterachtig wezens. Ze lijken totaal niet schuw en wandelen vrij relaxed over de oever, terwijl wij tot op twee meter kunnen naderen voor zij zich bedenken dat het veiliger is om weg te lopen. Ik ben er niet zeker van welk dier we nu gezien hebben. Het lijkt het meest op een europese nerts, besluit ik na wat onderzoek in internet. We varen verder en komen na een deel met allerlei keien in een vrij ondiepe rivier bij een soort natuurlijke goot met golven en zeer snel stromend water. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Dit wordt kermis! We varen door de goot en daarna varen we in het stilstaande water ernaast weer terug. Aan het begin van de goot stappen we uit de boot. Martina legt uit dat het nu de bedoeling is dat we met zijn allen in een rijtje en elkaar vasthoudend in het water springen en ons door de stroom mee laten voeren. We glibberen nog wat verder stroomopwaarts, komen onderweg nog een dode rivierprik tegen (een soort vis, die we later ook levend onder de boot door zien zwemmen). We gaan klaar staan en springen in de sloot, die ons met grote snelheid weer bij het eindpunt aflevert.

  
 
Sommigen kunnen er geen genoeg van krijgen en gaan nogmaals. Een tijdje later zijn we bij het eindpunt. Wim rijdt mij naar het beginpunt waar mijn auto staat en ik rij terug om Mikki op te halen. Misschien is het goed om even uit te leggen hoe dat werkt met auto’s en kajaks. Let nu goed op, want anders raak je de kluts kwijt en kom je, als je besluit zelf te gaan kajakken, tot de conclusie dat je auto op het verkeerde punt staat, of je droge kleren in de verkeerde auto liggen. In het eerste geval wordt dat een flink stuk lopen en in het tweede geval moet je met natte kanokleding in de auto. Dat wil je liever niet. OK: Je rijdt met alle auto’s en kajaks naar het punt waar je instapt. Hier kleedt iedereen zich om. De chauffeurs stappen weer in en racen naar het eindpunt met alle auto’s. Hier stappen alle chauffeurs uit en stappen in één auto die weer naar het beginpunt rijdt. Als alle droge kleren in deze auto liggen heb je een foutje gemaakt. Die moeten namelijk in de auto’s op het eindpunt liggen. Nu komt het hoofdonderdeel: kajakken! Op het eindpunt aangekomen kleedt iedereen zich om en 1 chauffeur brengt de eigenaar van de auto die aan het beginpunt staat naar zijn auto. Vervolgens rijden ze weer terug naar het eindpunt om de rest op te halen. Ben je er nog? Zoals je ziet is kajakken helemaal geen eenvoudige sport: er komt namelijk een veel logisch nadenken bij kijken! Het wordt helemaal leuk als niet alle chauffeurs in één auto passen. Moet je je voorstellen: aan het begin is er sprake van enige spanning met betrekking tot wat er komen gaat en aan het einde is iedereen moe. De ingrediënten voor de leukste verwarring. Ik vraag aan één van de chauffeurs of hij mij naar mijn auto wil brengen. Dat wil hij wel. Vervolgens wil hij dat iedereen mee gaat rijden, want anders moet hij terugrijden. Denkt hij. Niet dus, want hij komt gewoon weer langs het eindpunt. Nadat we dit raadsel opgelost hebben rijden we terug naar de camping. Mikki en ik hebben kookbeurt. We zijn voorbereid en hebben al het één en ander in Nederland ingeslagen aan kruiden, zodat we gericht aan de slag kunnen. Eerst boodschappen in de supermarkt doen, koken (waarom wordt rijst kleverig als je dat voor zestien man tegelijkertijd kookt?), afwassen, bier drinken, wijn drinken, stoere verhalen vertellen en naar bed.

  
 
De volgende dag: dit is de dag dat Mikki leert surfen op een golfje, iedereen zich Tarzan waant door met een touw van een hoge kant de rivier in te slingeren, we ons in de tropen wanen, door bamboe op de oevers, zilverreigers in de verte en hangplanten aan de bomen die op lianen lijken. Het is ook de dag dat we weer een marterachtige zien die nu de kant op klimt met een visje in zijn bek, de zon ongenadig schijnt en het water heerlijk is. Soms lijkt het of je in het paradijs beland bent.
 
Op dag vier gaan we een duidelijk wilder stuk varen. Het begint al direct met het afvaren van een dam van ruim twee meter hoog. Ervaren als ik ben is dit een makkie, een voorbeeld voor alle anderen. Ik vaar de dam af en het laatste stukje roept Inze: je peddel op de rand. Volgzaam als ik ben doe ik dat en belandt via een watervalletje in het water eronder. Maak een misslag en voor ik het weet lig ik op mijn kop. Ik probeer te eskimoteren (jargon voor overeind komen als je op je kop ligt). Mis. Ik heb mijn ogen open en zie de stenen van de bedding in snel tempo voorbij trekken. Eruit denk ik en ga als een razende mijn boot uit. Zwemmen. Met een nat pak en een geknakt ego sta ik even later aan de kant. Vooral dat laatste doet zeer. Mikki steekt haar leedvermaak niet onder stoelen of banken en zit breeduit grijnzend in haar boot. We varen verder. We bedwingen een aantal stroomversnellingen en komen bij de lunchplek. De ideale lunchplek want het water stroomt hier voorbij met een aantal mooie staande golven (term die in de natuurkunde gebruikt wordt, maar hier betekent: golven die min of meer op dezelfde plek blijven en dezelfde vorm houden).
 
Voordat ik uitstap eerst nog even proberen te surfen. De ene poging lukt beter dan de andere. Snel een stuk stokbrood naar binnen werken en weer varen…..niet dus: Martina en Eliza hebben andere plannen. We gaan namelijk oefenen met het werpen van reddingslijnen en het vangen van een reddingslijn als je in het water ligt. Bovenaan de stroomversnelling springen we één voor één in het water en laten ons door het water, dat zich gedraagt als een woeste stroom als je erin ligt, meevoeren. Aan de kant roept iemand: “Hé sukkel, wat heb je nou gedaan! LIJNTJUUUUUHH! En vervolgens probeert degene op de kant, we noemen hem of haar gemakshalve de redder, de lijn net stroomopwaarts, of precies bovenop de kop van de drenkeling te gooien. Die grijpt in het ideale geval de lijn, legt hem om zijn schouder en laat zich naar de kant trekken. Gered. Ik scheef: “in het ideale geval”. Je hebt waarschijnlijk al begrepen dat er heel veel minder ideale gevallen voorbijkomen, waarin de drenkeling vrolijk zwaaiend verder drijft, de redder teleurgesteld achterlatend. Iedereen doet één of meerdere min of meer geslaagde pogingen, waarbij de jongeren er geen genoeg van krijgen drenkeling te zijn. Mikki zal later klagen over beurse billen, omdat ze tot twee maal toe op een kei springt.
Dat surfen kan ik verder wel vergeten, we varen verder. Verderop komen we weer bij een stroomversnelling. Je kan links (makkelijk) of rechts (gekke krappe doorgang tussen twee stenen). De kinderen gaan rechts, Mikki twijfelt. Te lang. Ze knalt recht op een kei en valt bovenin de stroming om. Onderwater schraapt ze met haar tanden het mos van de keien. Boven water gekomen blijkt dat er een stukje lijm van haar beugel losgekomen is en haar neus en tanden pijnlijk zijn. Gelukkig zit alles er nog aan en zit alles ook nog vast. Ze spuugt het mos uit en als ze van de schrik bekomen is varen we verder.
We komen aan bij een dam. Ongetwijfeld het wildste stuk van deze week. Het water stroomt met veel snelheid in drie stappen naar beneden. Aan de zijkant sneldraaiende en turbulente keerwaters. We varen één voor één de dam af. Onze groep doet het zonder kleerscheuren. In de andere groep gaat iemand direct na de eerste meters om zien we vanuit de verte. De boot van de onfortuinlijke vaarder zien we rechtovereind staan, terwijl Inze probeert de boot uit de stroming te krijgen. Na veel ploeteren lukt het hem. Als iedereen veilig beneden is varen we verder naar het eindpunt. Ik moet bekennen dat ik in bovenstaand stukje verzwegen heb dat ik nog een keer omgegaan ben en heb gezwommen en daarna nog een keer maar toen wel boven wist te komen door te eskimoteren. Maar alsjeblieft niet doorvertellen. Ik zat deze dag als een dweil in de boot. Terwijl ik de avond ervoor, in tegenstelling tot de avond daar weer voor, weinig bier gedronken heb en vroeg naar bed was gegaan. Wat leert mij dat: drink de avond voordat je gaat varen ruime hoeveelheden drank en ga vooral veel te laat naar bed en je zal zien je vaart als een jonge God! Met deze wijsheid in mijn oren geknoopt, komen we aan op de camping. Erik, de eigenaar van Europagaai (en de vader van Martina) is aangekomen. Hij neemt volgende week het instructeursstokje van Martina over. André, de campingbaas, komt met een aperitiefje om met ons te delen.

  
 
Hij schenkt een half wijnglas vol met een drankje dat er een beetje onbestemd uitziet. Ik ruik er eens aan. “Er zit weinig alcohol in” zegt hij op zijn Baskische Frans. Op de vraag wat het is zegt hij dat het een mengsel is van wijn uit de Dordogne en cognac. Maar het is echt niet sterk. Echt niet! Eén ding weet ik wel het drinkt als limonade, maar het is echt wel sterk spul. Hij heeft het zelf gemaakt en het is ijskoud. Vive L’ André! Het is half één als ik mijn bed inrol. Mikki slaapt al zo zien, want ik zie geen licht meer branden.
 
Het is alweer de laatste dag van de vaarweek. Erik vaart vandaag ook mee. Onze begeleiders hebben het besluit genomen om hetzelfde traject als de dag ervoor te varen. Ik vind dat niet erg, want er zijn heel veel speelplekjes en ik heb nog wat te bewijzen. Mikki heeft wat gemengde gevoelens, omdat ze zich de vorige dag flink bezeert heeft met haar onvrijwillige zwempartij. Haar neus is een beetje dik, net als haar bovenlip. Ik zie het als een revanche en een goede test van de eerder genoemde theorie over slaap en drank. De spanning die Mikki voelt is te begrijpen, maar niet echt nodig. Haar vaartechniek is in deze week heel erg vooruit gegaan en het stuk waar ze gisteren is gaan zwemmen is één van de makkelijker passages en eigenlijk zou dat voor haar geen probleem moeten zijn. Ik spreek met haar af dat ze achter Martina blijft varen en haar lijn volgt, dan kan er niet zoveel gebeuren. We beginnen vandaag weer bij de dam. Deze keer blijf ik wel overeind. Ik voel ook dat ik een stuk steviger in mijn boot zit dan de dag ervoor. Geen gewiebel en geklungel op de rand van het keerwater. We varen verder. De andere plek waar ik de vorige dag omging, kom ik deze keer zonder kleerscheuren door.

  
 
Na verschillende leuke passages, komen we aan bij de lunchplek. Dezelfde als de dag ervoor. deze keer geen lijnen werpen, maar spelen in de golven. Met name de tweede golf is een leuke speelgolf die goed surft. De eerste golf heeft echter wat meer uitdaging: de golf breekt en als je erin gaat hangen, dan voel je veel meer kracht op je peddel. Meer spektakel. Ik kukel om, eskimoteer en doe nog een poging. Nu lukt het wel. Mikki is ondertussen aan het oefenen met de hoofdstroom invaren vanuit het keerwater. Door de hoge stroomsnelheid en de flinke golven, is het belangrijk om erg goed op te kanten, anders is het zwemmen! Het gaat goed en ze ervaart het “kermisgevoel”: de stroming die je boot pakt en je razendsnel draait, YIEHAAA! Als we verder varen komen we nog langs de passage waar Mikki de dag ervoor omging. Deze keer gaat alles wel goed.
 
Ze is opgelucht. Verder nog de dam. Weer komt er na het eerste vervalletje een boot rechtop in de stroming te staan en weer moet Inze alles uit de kast halen om de boot uit de stroming te krijgen. Dat lukt. Nog en klein stukje varen en we zijn bij het eindpunt. Het was een heerlijke week: het varen na bijna tien jaar op wildwater, de hernieuwde ontmoeting met Henk en de kinderen en niet te vergeten het ongelofelijk aanstekelijk enthousiasme van de begeleiders en vissers van Europagaai! Als we uitgestapt zijn zegt Mikki: “Pap, volgend jaar weer?” “Jaaah”, zeg ik…….