Home
Team Europagaai (1979)
Overzicht filmpjes
Folder Europagaai NL
Groepsactiviteiten en folder
Gespreide betaling
Bedrijf, familie en vrienden
Freestylekajakken
Pluimen vouchers
Opleiding
Kano-links
Boekingsvoorwaarden
Folder groepsactiviteiten NL
Boekingsformulier
Suriname
Bedrijf informatie
Touringcar
Werken en stage
Informatieavond
Reisverzekering
Nieuwsbrief 1 2006
Nieuwsbrief 1 2006
Aan- afmelden!
Klokhuis
Klokhuis
Nieuwjaarsduik 2007
Brand kanoloods Stam Outdoor
Overzicht verhalen
www.kajakfotos.nl
Verhalen foto & filmpjes
Nieuwsbrief 2 2006
De afvallers
Peddels-up 2006
T-shirts
Concept eindtermen wildwaterkajakopleidingen
Instructeurstest
Nieuwsbrief 3 2006
Nieuwsbrief 4 2006
Kalender-2008
Nieuwsbrief 5 2006
Klopt je e-mail adres nog wel
Remi-Martina-Uganda
Ben je lid van een vereniging?
Niveaus
Oeganda
Zimbabwe
Nepal
Nieuwsbrief 1 2007
Kwaliteit en aansprakelijkheid
Franse Alpen actieve vakantie
Groepsverblijven
Eifel actieve vakanties
Franse Alpen voorjaar actieve vakantie
Franse Alpen Rhone actieve vakantie
Franse Pyreneeen actieve vakantie
Italie/Zwitserland actieve vakantie
Gids actieve vakantie
Instructeur actieve vakantie
Oeganda actieve vakantie
Slovenie voorjaar actieve vakantie
Slovenie zomer actieve vakantie
Spanje actieve vakantie
Zwembad Alkmaar
Zwembad Rotterdam
Brandingkajakken actieve vakantie
Catering groepsuitstapjes
Alternatief programma
Nieuwsbrief 2 2007
Paviljoen
Nieuwsbrief 3 2007
Nieuwsbrief 4 2007
Nieuwsbrief 5 2007
Topsporters
Nieuwsbrief 6 2007
Slovenië
Expedities
Home_wildwater
Home_branding
Home_groepsuitstapjes
Eigenmateriaal
Kampement-Schoorl

Brevetten en diploma's voor wildwaterkajakken

Concept eindtermen volgens NKB norm wildwaterkajakopleidingen
De omschreven eindtermen zijn een conceptvorm en zullen naar verwachting in 2007 klaar zijn. Bij de opleidingen in 2006 zijn de eindtermen al gehanteerd.   

Basistechniek vlakwater
Basistechniek wildwater
Eigenvaardigheid wildwater
Veiligheid wildwater
Instructeurvaardigheid wildwater

Basistechnieken op vlakwater

A B C D  

In en uitstappen L + R.

  B C D   Omslaan + boot zelf leegmaken.
C D   Omslaan + boot leegmaken m.b.v. collega kajakker.
A C D   Voorwaarts varen.
A B C D   Achterwaarts varen.
  B C D   Stoppen binnen 3 slagen.
  B C D   Boogslag L + R.
  B C D   Lage steun water tot over kuiprand L + R.
  B C D   Trekslag zijwaarts L + R.
  B C D   Trekslag voorwaarts L + R.
    C D   Hoge steun water tot over kuiprand L + R.

Basistechnieken op wildwater

A B C D   In en uitstappen L + R.
  B C D   Omslaan en boot zelf leegmaken.
A B C D   Omslaan en boot leegmaken m.b.v. collega kajakker.
A B C D   Voorwaarts varen.
  B C D   Achterwaarts varen.
  B C D   Stoppen op willekeurige plaats.
A B C D   Boogslag L + R.
A B C D   Lage steun water tot over kuiprand L + R.
  B C D   Trekslag zijwaarts L + R.
  B C D   Trekslag voorwaarts L + R.
  B C D   Hoge steun L + R.
  B C D   Traverseren voorwaarts.
    C D   Traverseren achterwaarts.
  B C D   Powerstroke L + R.
  B C D   Scullen L + R.
    C D   Duffec L + R.
    C D   Eskimoteren.

Eigenvaardigheden op wildwater

          Keerwater in- en uitvaren
A B C D   Opkanten, lage steun.
  B C D   In combinatie met boogslag en hoog in het keerwater.
  B C D   Met behulp van een powerstrok keerwater in-/uitvaren.
    C D   Naast lage steun ook de duffeck en strak in het keerwater (ook moeilijke keerwaters).
      D   Gecontroleerd achterwaarts het keerwater invaren.
          Gecontroleerd in een keerwater liggen
A B C D   In een ruim keerwater liggen zonder de kant vast te houden
en niemand hinderen.
  B C D   In een krap keerwater liggen zonder de kant vast te houden.
    C D   Ook in turbulente keerwaters en  daarbij tekens door kunnen geven.
      D   Op een organisatorisch goede plek.
          Routes varen
A B C D   Een opgedragen en eigen route varen (op WW II).
  B C D   (idem op WW III).
    C D   (idem op WW IV) en met een boot en/of peddel en/of persoon op WW II.
      D   (idem op WW IV) en met een boot en/of peddel en/of persoon op WW III.
          Bijzondere omstandigheden
A B C D   Zonder peddelvaren (op WW II).
  B C D   (idem op WW III) en ook met één peddelblad kunnen varen.
    C D   Met twee peddels WW IV varen.
      D   Met één peddelblad op WW III iets aan de kant kunnen brengen.
          Stoppen
A B C D   Stoppen in de stroom op WW II.
  B C D   Stoppen in de stroom op WW III en op dezelfde hoogte naar een veilige plek peddelen.
    C D   Stoppen/uitstappen langs een grindbedding zonder keerwaters.
      D   Stoppen en uitstappen in keerwater achter rots in de rivier (WW III / IV).
          Traverseren
A B C D   Voorwaarts traverseren.
  B C D   Traverseren met boot en/of zwemmer (op WW III).
    C D   Achterwaarts traverseren.
      D   (idem op WW IV) en zonder peddel op WW III.
          Combinatieslagen
A B C D   Boogslag lage steun.
  B C D   Combinatie slag duffec, voorwaartse slag en combinatieslag lage- hogesteun.
    C D   Verschillende combinatie slagen met oa. duffeck, trekslagen en voorwaartse slagen.
      D   Iedere mogelijke combinatieslag.
          Wildwater gevoel en inzicht
A B C D   Controle tijdens het traverseren en enigszins bij keerwater varen.
  B C D   Stromingen benutten tijdens het afvaren.
    C D   Stroomopwaarts varen op WW III.
      D   Stroomopwaarts varen op WW IV.
          Sociale vaardigheden op wildwater
A B C D   Rekening houden met mede kajakkers.
  B C D   Toepassen van de vaarregels.
    C D   Rekening houden met alle riviergebruikers.
      D   Rekening houden met andere groepjes en collega’s.
          Freestylekajakken
          Surfen.
A B C D   Sidesurfen en ondersnijden.
  B C D   Opkant controle op een golf en in een wals (basis voor flat moves).
    C D   Dubbelpump  (basis voor vertical moves).
      D   Eskimoteren
A B C D   puntredding.
  B C D   50% en ook op wildwater.
    C D   Technisch correct (ook op wildwater).
      D   100% Bombproof  en op verschillende manieren.

Veiligheidskennis en vaardigheden

          Zelfredding
A B C D   Beheerst uitstappen onder water en eigen materiaalberging.
  B C D   Beheerst zwemmen en lopen (WW II).
    C D   Beheerst zwemmen, defensief en offensief en lopen (WW III).
      D   Een opgegeven route kunnen zwemmen met/zonder materiaal.
          Voorkomen van incidenten
A B C D   Vaargedrag in de groep.
  B C D   Overzicht over de groep, inzicht in juist wildwater keuze en met wie te varen.
    C D   Groep beheerst kunnen leiden door een traject (WWIII).
      D   Een traject kunnen  overzien, risico’s vooraf in kunnen schatten, en een beveiligingsplan opstellen (WWIV,V).
          Werplijn
A B C D   Weten hoe een werplijn te gooien en met een werplijn gered te worden.
  B C D   Technisch goed en zeker een werplijn gooien (ook met lijn uit zak, op meer manieren kunnen gooien).
    C D   Trefzeker gooien, en positie  van gooiers kunnen bepalen langs een riviertraject.
      D   Werplijn effectief kunnen benutten in panieksituaties (bv snel vanuit de boot, onverwachtse positieveranderingen. Twee drenkelingen vlak na elkaar).
          Redden door zwemmen, reiken, lopen
A B C D   Redding met peddel, boomtak, arm.
  B C D   Redding door gecontroleerd aangelijnd lopen.
    C D   Redding van slachtoffer zwemmend in WW II.
      D   Redding van zwemmer en materiaal in WW II, III.
          Zwemreddingen met lijn
A B C D   Weten hoe gered ter worden door een aangelijnde springer.
  B C D   Redding aangelijnd, springend.
    C D   Aangelijnd springen met onverwachte verandering van springplek.
      D   Aangelijnde redding met meer dan een touwlengte.
          Reddingen vanuit boot, materiaal
A B C D   Met twee peddels kunnen varen.
  B C D   Cowtail en panieksluiting kunnen gebruiken en zelfredding uitvoeren.
    C D   Met aangelijnde boot beheerst een traject kunnen varen.
      D   Uit kunnen stappen met aangelijnde boot op verschillende plaatsen in de rivier. Materiaal veilig kunnen stellen.
          Reddingen vanuit boot, persoon
A B C D   Weten hoe gered te worden door kajakker in een boot.
  B C D   Een zwemmend persoon aan de achterpunt beheerst kunnen verplaatsen.
    C D   Persoon en materiaal  beheerst kunnen bergen.
      D   Bewusteloos persoon kunnen redden.
          Communicatie
A B C D   Basistekens.
  B C D   Extra tekens en onderlinge afstemming daarvan.
    C D   Relevante informatie kunnen overbrengen buiten directe gehoorsafstand.
      D   Relevante informatie kunnen overbrengen aan derden.
          Touwtechniek
A B C D   Basisknopen.
  B C D   Vervolgknopen en overvaren van een lijn.
    C D   Eenvoudig takelsysteem (vector pull, c-drag, z-drag).
      D   Takelsystemen en improvisaties (pig rig, improvisatie met beschikbaar materiaal).
          Geavanceerde touwtechnieken
A B C D   Verklemde of gepinde  boot zekeren en bergen.
  B C D   Boot en persoon bergen zonder tijdsdruk.
    C D   Inbindtechnieken.
      D   Idem, met tijdsdruk.
          Organisatie
A B C D   Situatie begrijpen en  coöperatief opstellen.
  B C D   Onder begeleiding actief meewerken aan een reddingsplan.
    C D   Delen van een reddingsplan zelfstandig uitvoeren, anderen effectief inzetten daarbij.
      D   Een reddingsplan coördineren, overzicht houden over de groep en de omgeving, verantwoord bergen, evacuatieplan  etc.
      D   Een reddingsplan coördineren, overzicht houden over de groep en de omgeving, verantwoord bergen etc in geval van een onduidelijke beginsituatie.
      D   Inzet raft, telfer lower.
      D   Dam/wals reddingen met lijnen, kajak,raft.
      D   Organiseren van evaluatie en nazorg.

Instructeursvaardigheden

          Voorbereiding
          Lesplan, benodigde materialen, logistiek.
          Trajectkennis, omgeving.
          Inzicht in de groep.
          Organisatie aan de kant, aan begin en aan eind
          Overzicht over de groep en de individuen.
          Lesopbouw, inleiding.
          Warming up.
          Organisatie op het water
          Overzicht over de groep.
          Stemgebruik en positie.
          Keuze oefenplekken.
          Aanpassing aan plotseling wijzigende omstandigheden.
          Veiligheid
          Inzicht in de potentiële risico’s van de rivier/omgeving/overige omstandigheden.
          Inzicht en overzicht over alle deelnemers.
          Blessurepreventie.
          Ongevalspreventie.
          Controle in een ongevalssituatie.
          Toepassing reddingstechnieken.
          Toepassing ehbo.
          Lesuitvoering, presentatie
          Uitleg en verklaringen.
          Eindvorm en tussenstappen.
          Correcties en aanwijzingen.
          Motivatie en stimulatie.
          Individueel en collectief.
          Lesuitvoering, organisatie
          Organisatievorm en duidelijkheid.
          Tijdsplanning, lesopbouw, verhouding inspanning/ontspanning.
          Gebruik materialen en keuze oefenplekken.
          Feedback van de deelnemers kunnen inpassen.
          Lesuitvoering, leerstof
          Juiste leerstof in relatie tot leerdoelen en tot niveau deelnemers.
          Opbouw, methodiek, differentiatie.
          Inzicht in de achtergronden van de lesstof.
          Feedback van deelnemers stimuleren en juist interpreteren.
          Lesafsluiting
          Lesverloop en leerdoelen evalueren.
          Positief stimuleren en motiveren.
          Relaties met toekomstige leerdoelen leggen.
          Communicatie
          Op een bij de groep passende manier communiceren.
          Stemgebruik op de kant en in het water.
          Verklaren en improviseren.
          Communicatie zonder stem, tekens.
          Algemene kennisoverdracht
          Materiaal.
          Technieken.
          Rivier.
          Omgeving.
          Milieu.
          Instructeursinstelling
          Algemeen gedrag naar de groep, voorbeeldfunctie, enthousiasme
Openstaan voor bijleren.
          Improvisatievermogen.
          Benutten/stimuleren van kennis en inzet van deelnemers.
          Ongevallen
          Quick response.
          Situatieanalyse.
          Reddingsplan.
          Site management, uitvoering en organisatie.
          Improvisatievermogen.
          Evaluatie.
          Inschatting eigen situatie